Ook de haring verdient bescherming

                                 

We moeten ook gewone vis als haring, schol en kabeljauw in de Noordzee beschermen, zeggen Sharon Becker (campaigner Our.Fish in Nederland) en Irene Kingma (directeur Nederlandse Elasmobranchen Vereniging NEV).

Bekende Nederlanders die deze maand naakt poseerden met acht Noordzeevissen, vragen minister Carola Schouten in tientallen abri’s om juist deze soorten te beschermen. Hun oproep is niet zonder reden.

Omdat de Noordzee met meer landen wordt gedeeld, worden er ieder jaar Europese afspraken gemaakt over welke vis elk land mag vangen en hoeveel. Deze week beginnen de eerste onderhandelingen van een reeks in het Noorse Bergen. Volgens de Visserijwet uit 2013 moet de EU met Noorwegen de vangstquota vaststellen op basis van wetenschappelijke data. De uitvoering van deze wet had al moeten gebeuren in 2015, maar iedere visserijminister mag dat – bij hoge uitzondering – tot uiterlijk 2020 uitstellen. Daardoor worden vangstquota nog steeds structureel te hoog vastgesteld en blijft de druk op visbestanden hoog.

Dit jaar bleek uit wetenschappelijk onderzoek dat nu zelfs vissoorten achteruitgaan die nog niet eerder onder de druk van de visserij leden. Deze doodgewone soorten verdienen echte bescherming. Zoals de schol: het vangstadvies van de wetenschappers ging drastisch omlaag nu blijkt dat er te veel op de relatief jonge schol in de zuidelijke Noordzee wordt gevist. Als de jonkies niet de kans krijgen om zich voort te planten, kan dat de hele populatie aantasten.

De kabeljauw staat er ook niet florissant voor: nadat het kabeljauwbestand in 2006 was ingestort, leek deze soort weer te herstellen. Meteen nam echter de visserijdruk toe. Dit jaar adviseren de wetenschappers om de vangst vrijwel te halveren. Met de Noordzeeharing gaat het eveneens slechter: 40 procent minder vangen ten opzichte van dit jaar, luidt het advies.

Ernstig bedreigde soorten

In december onderhandelt Nederland verder over beschermingsmaatregelen voor de al langer bedreigde soorten in de Noordzee. De zeebaars is zo’n bedreigde vis volgens de wetenschappers. Maar dit bestand zal niet vanzelf herstellen. In plaats van te ruziën over wie het kleine beetje vis dat er is mag vangen, zouden ministers voor de vis nu echt in de bres moeten springen. Een eerste belangrijke stap daarbij zijn maatregelen die ervoor zorgen dat zeebaars minder als bijvangst belandt in bodemsleepnetten. Daarvoor moet ook naar de visserij op rode mul gekeken worden. Voor deze soort bestaat nog helemaal geen vangstlimiet, met als onvermijdelijk gevolg veel bijvangst van zeebaars. Ook de paling is al jaren een ernstig bedreigde diersoort in heel Europa. Er zwemt op dit moment nog maar 1 procent van de hoeveelheid babypaling die in 1980 werd gemeten. Wetenschappers adviseren al jaren een algeheel vangstverbod op paling, iedere visserijminister zou daar nu naar moeten handelen.

Voor bedreigde haaiensoorten zoals de haringhaai en de doornhaai geldt nu een verbod om ze aan land te brengen. Maar deze dieren belanden toch in de netten, als bijvangst in de visserij op andere soorten. Er zijn nog geen maatregelen om die bijvangst tegen te gaan. Die moeten er wel snel komen, vastgelegd in een specifiek herstelplan voor deze haaisoorten.

De internationale Fishlove campagne vraagt alle Europese ministers van visserij – en dus ook minister Schouten – om kordaat een einde te maken aan deze overbevissing. Juist nu, juist voor deze doodgewone vissen in onze eigen Noordzee.

Trouw: Ook de haring verdient bescherming