Overbevissing

Catch landed on board EU bottom-trawler, the Ivan Nores, in the Hatton Bank area of the North Atlantic. © Greenpeace / Kate Davison

Catch landed on board EU bottom-trawler, the Ivan Nores, in the Hatton Bank area of the North Atlantic.
© Greenpeace / Kate Davison

Europese visser zijn voor hun levensonderhoud afhankelijk van gezonde oceanen, net zoals wij. Europese burgers vertrouwen erop dat onze regeringen de regels handhaven die nodig zijn om de gezondheid van ons mariene milieu te waarborgen, zodat er ook in de toekomst voldoende vis is.

In 2005 werd 90% van de Europese visserij in de Noordoost-Atlantische Oceaan en meer dan 95% in de Middellandse Zee als niet-duurzaam beschouwd. Overbevissing was te ver gegaan. In 2013 werd in een hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), het kader voor visserijbeheer in EU-landen, focus gelegd om op langere termijn een eind te maken aan overbevissing.

Als het hervormde GVB effectief geïmplementeerd wordt kan het de toekomst van de Europese visbestanden veilig te stellen. Maar vier jaar later hebben de EU-lidstaten hun belofte om een ​​eind te maken aan overbevissing niet uitgevoerd, ook al levert dit duidelijke milieu-, sociale en economische voordelen op. In veel gevallen weigeren lidstaten de wetten die ze al hebben toegezegd te implementeren.

Quota toewijzing

Sinds de nieuwe wetten van het hervormde GVB in 2014 in werking traden, blijven de EU-landen zichzelf niet-duurzame visserijquota toekennen en negeren ze het onafhankelijke wetenschappelijke advies. Tijdens de jaarlijkse Raadszittingen houden de ministers van Visserij de koehandel tijdens onderhandelingen met gesloten deuren, vaak tot laat in de nacht op gang, en meten hun succes af aan het verkrijgen van meer vis voor hun eigen land.

Bovendien worden de meeste quota nog steeds verdeeld onder grote industriële vissersvloten die minder mensen en vaak grotere impact op het milieu hebben, terwijl low-impact vissers moeten graaien naar de restanten.